Je weet dat werkdruk hoog is. Maar wat doe je ermee?

14 jan 2026

Dinsdag, 10:00 uur. Het managementteam kijkt naar de resultaten van het laatste medewerkerstevredenheidsonderzoek. Werkdruk scoort een 6,2. Vorig kwartaal was het nog een 6,8.

"Oké, dit moeten we oppakken," zegt de HR-directeur. "Laten we het bespreken in de teamoverleggen."

Woensdag bespreekt een teamleider de uitslag met zijn team. "Jullie geven aan dat de werkdruk hoog is. Klopt dat? Wat kunnen we doen?"

Er valt een stilte. Dan: "Het is inderdaad druk." "Ja, er gebeurt gewoon veel." "Misschien kunnen we beter prioriteren?"

Er wordt geknikt. Het gesprek verschuift naar de planning van volgende week.

Drie maanden later laat de nieuwe meting een 6,1 zien. En niemand snapt precies waarom het niet beter is geworden.

Dit patroon komt vaker voor dan je denkt. Het lijkt zo logisch: als je wilt weten hoe het gaat met mensen, moet je het meten. Dus er komt een survey, een pulse check, een dashboard. Er ontstaat inzicht: scores, trends, vergelijkingen.

En toch verandert er vaak minder dan gehoopt. Niet omdat meten verkeerd is, maar omdat meten iets anders doet dan veel organisaties verwachten.

Inzicht is geen interventie

Metingen geven overzicht. Ze laten zien hoe mensen hun werk ervaren, en dat is op zich waardevol. Maar een score van 6,8 op werkdruk vertelt je niet waar het precies wringt. Een daling in betrokkenheid zegt niet welke werkpatronen daaraan bijdragen.

Cijfers signaleren dat er iets speelt. Ze organiseren geen verandering. Toch wordt vaak verwacht dat het gesprek na de meting automatisch tot verbetering leidt. Dat gebeurt zelden vanzelf.

Je meet wat al speelt, niet wat zich opbouwt

Veel metingen zijn periodiek: een keer per kwartaal, soms per jaar. Tegen de tijd dat een score daalt, is de onderliggende spanning meestal al maanden aanwezig. Kleine fricties zijn dan al onderdeel van het dagelijkse werk geworden zonder dat iemand ze expliciet heeft benoemd.

Metingen maken zichtbaar wat al voelbaar was. Ze maken zelden zichtbaar wat zich nú begint op te bouwen. Dat maakt ze per definitie reactief in plaats van preventief.

Zichtbaarheid zonder grip

Dashboards geven houvast. Ze maken iets ongrijpbaars meetbaar en dat voelt als vooruitgang. Maar zichtbaarheid is niet hetzelfde als grip op de situatie.

Je kunt precies weten dat een team hoog scoort op werkdruk, zonder te weten welke prioriteiten tegen elkaar botsen, welke taken structureel blijven liggen, of waar onduidelijkheid energie kost. Wanneer cijfers losstaan van het dagelijkse werk, ontstaat schijnzekerheid: het gevoel dat we het in beeld hebben terwijl het werk zelf ongewijzigd doorgaat.

Neem het team uit het openingsvoorbeeld. De 6,2 op werkdruk vertelt niet dat hun wekelijkse afstemming structureel uitloopt omdat er geen duidelijke agenda is. Of dat drie mensen al maanden inspringen voor een vacature die maar niet wordt ingevuld. Of dat de prioriteiten elke week veranderen waardoor niemand echt weet waar ze zich op moeten focussen.

Die dingen staan niet in het dashboard. En dus worden ze niet besproken.

Gesprekken blijven vaak te algemeen

Na een meting volgt meestal een gesprek. Hoe ervaren jullie de werkdruk? Wat kunnen we verbeteren? Wat hebben jullie nodig?

Goede vragen, maar zonder concrete koppeling aan werkpatronen blijven antwoorden abstract. "Het is druk." "Er gebeurt veel." "Communicatie kan beter." Zonder verdieping in wat er concreet schuurt in de dagelijkse werkorganisatie, verandert er weinig.

Gedragsmatig is dat verklaarbaar: mensen praten makkelijker over hoe iets voelt dan over hoe het werk precies is ingericht. Maar juist die inrichting bepaalt wat er morgen anders kan gaan.

Meten zonder handelingsperspectief remt af

Als een meting geen duidelijke aanknopingspunten geeft voor concrete actie, gebeurt er iets voorspelbaars. Teams bespreken het kort, er wordt een voornemen geformuleerd, en daarna neemt het dagelijkse werk weer over. De volgende meting laat zien dat er weinig is veranderd.

Dat komt niet door onwil of gebrek aan betrokkenheid. Het is het gevolg van een systeem dat wel meet, maar niet helpt om gericht bij te sturen op wat er echt gebeurt in het werk.

Kleine fricties verdwijnen in gemiddelden

In een eerdere blog schreven we over kleine dagelijkse spanningen: een overleg dat steeds uitloopt, een prioriteit die elke week wijzigt, onduidelijkheid over wat écht belangrijk is.

Die fricties laten zich moeilijk vangen in één getal. Individueel zijn ze klein genoeg om te negeren. In een survey verdwijnen ze in gemiddelden. Maar juist daar, in die kleine herhalingen, zit vaak de opbouw van structurele druk die later pas zichtbaar wordt in de cijfers.

Wie alleen kijkt naar uitkomsten, mist het patroon dat eraan voorafgaat.

Wat meten wél kan doen

Meten kan waardevol zijn als het direct gekoppeld wordt aan de concrete werkcontext. Niet alleen "hoe ervaren mensen hun werk" maar "waar in het werk zien we terugkerende spanning opduiken?"

Niet alleen trends bekijken in een dashboard, maar patronen bespreken met de teams die het dagelijks ervaren. Dat vraagt meer dan cijfers delen in een presentatie. Het vraagt dat metingen worden verbonden aan hoe werk daadwerkelijk is georganiseerd: taken, verwachtingen, prioriteiten, overlegstructuren.

Stel je voor dat datzelfde managementteam niet alleen die 6,2 ziet, maar ook concrete signalen krijgt: "Team X rapporteert al zes weken op rij dat hun wekelijkse afstemming te lang duurt." "In team Y geven vier mensen aan dat prioriteiten onduidelijk zijn." "Team Z compenseert al drie maanden voor een niet-ingevulde vacature."

Dát zijn gesprekken die je kunt voeren. Dát zijn dingen die je kunt aanpakken.

De vraag verschuift

De echte vraag is dus niet óf je moet meten. De vraag is: wat doe je met wat je ziet?

Gebruik je cijfers als bevestiging dat het "wel meevalt" of juist "tegenvalt"? Of als startpunt om in te zoomen op hoe het werk daadwerkelijk verloopt en waar het concreet knelt?

Meten kan inzicht geven. Maar beweging ontstaat pas wanneer dat inzicht wordt vertaald naar aanpassingen in het werk zelf — in hoe taken worden verdeeld, hoe prioriteiten worden gesteld, hoe samenwerking is ingericht.

Tot slot

Meten geeft overzicht. Maar overzicht verandert niets zolang het werk hetzelfde blijft lopen als voorheen.

Wie alleen stuurt op scores, reageert op uitkomsten. Wie stuurt op werkpatronen, beïnvloedt de oorzaken. Daar zit het verschil tussen weten hoe het gaat en daadwerkelijk iets veranderen aan wat het veroorzaakt.

Ferdi

Co-founder

Start nu met Dimpr

Maak meetbare impact op je bedrijf door Dimpr in te zetten voor het welzijn van je medewerkers.

Start nu met Dimpr

Maak meetbare impact op je bedrijf door Dimpr in te zetten voor het welzijn van je medewerkers.