Welzijn is geen programma. En dat is precies het probleem.
22 mei 2025
Als welzijn ter sprake komt, denken veel organisaties automatisch aan initiatieven. Een programma, een tool, een campagne. Iets wat je toevoegt aan wat er al is.
Begrijpelijk. Zo zijn we gewend om problemen aan te pakken: er is een issue, dus we organiseren er iets omheen. Maar juist daar gaat het vaak mis.
Welzijn krijgt een eigen plek naast het werk
In veel organisaties krijgt welzijn letterlijk een eigen plek. Met eigen middelen, eigen momenten en vaak ook een eigen eigenaar binnen HR of Arbo.
Overzichtelijk? Zeker. Maar het zorgt er ook voor dat welzijn los komt te staan van hoe werk dagelijks verloopt. Voor medewerkers voelt het als iets extra's wat erbij komt. Voor leidinggevenden als iets waar ze eigenlijk geen tijd voor hebben. En voor de organisatie als geheel blijft het lastig om welzijn te verbinden aan de dagelijkse werkpraktijk.
Wat bedoeld is om te helpen, komt zo naast het werk te staan in plaats van erin.
De onderliggende oorzaken blijven vaak staan
Welzijnsprogramma's zijn meestal goed opgezet. Ze bieden ondersteuning, inzicht en aandacht. Maar ze veranderen zelden iets aan de manier waarop werk wordt verdeeld, hoe prioriteiten worden gesteld, hoe samenwerking is ingericht, of hoe druk zich langzaam opbouwt.
En juist daar ontstaan de meeste problemen. Als de manier van werken structureel spanning oplevert, kan geen enkel programma dat echt compenseren. Dan plak je pleisters terwijl de wond steeds opnieuw openbarst.
Van "iets doen" naar "iets laten ontstaan"
Zodra welzijn een programma wordt, wordt het ook iets wat je moet "doen". Je neemt deel aan een sessie. Je volgt een training. Je vult een check-in in.
Maar welzijn laat zich eigenlijk niet afdwingen of plannen. Het is veel meer het resultaat van hoe werk aanvoelt en verloopt. Van de ruimte die er is om dingen bespreekbaar te maken. Van duidelijkheid over verwachtingen. Van voorspelbaarheid in werkdruk en ondersteuning als die druk toch oploopt.
Dat ontstaat niet in losse interventies, maar in de dagelijkse keuzes die mensen maken en de context waarin ze die moeten maken.
Alles wat extra is, heeft het moeilijk
Een belangrijk inzicht uit de gedragswetenschap: mensen veranderen hun gedrag vooral als het past binnen hun bestaande context. Alles wat extra tijd, aandacht of motivatie vraagt, heeft het zwaar. Zeker in een werkdag die al afgeladen is.
Veel welzijnsinitiatieven vragen precies dat van mensen: nog een moment erbij, nog een stap extra, nog iets om bij te houden. Niet omdat ze slecht ontworpen zijn, maar omdat ze bovenop het werk komen in plaats van erin verweven te zijn. En dat maakt het verschil tussen iets dat vanzelf gebeurt en iets dat extra moeite kost.
De timing klopt vaak niet
Een ander effect van projectmatig welzijn: het komt vaak pas in beeld als de druk al hoog is. Wanneer signalen eindelijk zichtbaar worden in cijfers. Wanneer verzuim oploopt. Wanneer uitval dreigt of al een feit is.
Op dat moment is er weinig ruimte om structureel iets te veranderen. Dan moet er worden ingegrepen, snel en reactief. Preventie vraagt iets anders: eerder zicht op waar werk begint te schuren, voordat het escaleert.
Niet te weinig aandacht, maar te weinig samenhang
Het probleem is zelden dat organisaties welzijn niet belangrijk vinden. De meeste organisaties doen er oprecht veel aan. Het probleem is dat die aandacht versnipperd raakt over losse signalen, losse initiatieven en losse gesprekken.
Zonder samenhang blijft het moeilijk om te zien waar druk zich structureel opbouwt, welke patronen zich herhalen, en waar kleine aanpassingen al veel zouden schelen. Welzijn wordt dan iets wat je meet en monitort, maar niet iets waar je echt op kunt sturen.
Een ander uitgangspunt
Steeds meer organisaties beginnen hun aanpak te herzien. Niet door te stoppen met aandacht voor welzijn, dat zeker niet. Maar door het anders te positioneren: als gevolg van hoe werk is ingericht, niet als losstaand project.
Dat betekent welzijn niet apart organiseren, maar signalen direct koppelen aan de werkcontext. En eerder kijken waar het begint te knellen, in plaats van wachten tot het escaleert. Het hoeft niet groter of uitgebreider, wel dichterbij en meer verweven met het dagelijkse werk.
De vraag verschuift
Als welzijn geen apart project meer is, verschuift ook de vraag die je stelt. Het gaat dan niet meer om welk initiatief er nog ontbreekt. Het gaat om: waar vraagt het werk structureel te veel van mensen? Wat blijft te lang onbesproken? En welke fricties zijn inmiddels zo normaal geworden dat we ze niet eens meer opmerken?
Dat vraagt geen nieuw programma of platform. Wel de bereidheid om anders naar werk te kijken en te erkennen dat veel uitdagingen niet bij mensen liggen, maar in hoe werk is georganiseerd.
Tot slot
Welzijn werkt vaak niet omdat het wordt behandeld als iets dat je kunt toevoegen, een extra laag bovenop wat er al is. Maar zo werkt het niet. Welzijn is een uitkomst van hoe werk is ingericht, van hoe keuzes worden gemaakt, van hoe ruimte wordt gecreëerd of juist onbewust wordt beperkt.
Organisaties die dat uitgangspunt durven te nemen, leggen een fundament dat verder gaat dan welk programma dan ook. En dan wordt welzijn inderdaad iets wat niet hoeft te worden georganiseerd, maar vanzelf ontstaat uit hoe mensen hun werk kunnen doen.
Ferdi
Co-founder

